Mijn ouders proberen altijd minimaal één avond per jaar te plannen om met zijn allen te eten, hetzij in een restaurant, hetzij thuis. Dat is nogal een opgave. Mijn jongste broertje is dan wel weer thuis, maar is getrouwd en heeft twee kinderen van nul en anderhalf. De middelste is druk met werkweken van twintigduizend uren. Ik had altijd een baan die zo onvoorspelbaar was als het weer, en mijn vriend heeft een baan én een band die veel vraagt - als je wat wil bereiken in de muziek, moet je daar wat voor doen. Soms zie zelfs ik 'm amper.
Maar de ouwelui weten ook dat wanneer je het vroeg genoeg plant, er altijd wel een mouw aan te passen is. In januari werd dus al de afspraak gemaakt om in april uit eten te gaan, voor hun 32-jarig huwelijk. De eerste vraag is dan, waar gaan we eten? Vroeger waren we zeikerds qua voedsel, en dat zit er nog steeds wel in. De een lust geen Chinees, de ander heeft liever geen Italiaans, enzovoorts.
Verder is het altijd maar de vraag of ze ergens nog een keer willen terugkomen. Het is niet zo dat we de tent afbreken, maar we lijken wel atijd de aandacht te trekken. Waren we twee jaar geleden nog in een tapas bar waar de heren de gamba's over de tafels lieten lopen en waar we vies-uitziende-stukjes naar elkaar doorschoven tot hilariteit van de buren, afgelopen zaterdag hadden we een anderhalf jaar oude peuter bij ons met tomeloze energie en een slecht humeur. En onze gespreksonderwerpen doen nogal eens wat hoofden omdraaien.
Allereerst is daar de onvermijdelijke vleeskeuring, en dan praat ik niet over biefstuk. Het was mooi weer dus er waren genoeg vrouwen in zomerkledij. Mijn schoonzus is er iets minder van gecharmeerd, maar mijn ouders en ik doen vrolijk mee. "Wat vind je van die dan?" vraag ik aan de middelste, die nog vrijgezel is. Hij haalt zijn neus op. "Te jong," zegt hij.
"Moet je die man zien," zegt de jongste, "Net alsof je naar een auto-ongeluk kijkt. Heel vies, maar daar blijf je ook naar staren."
Daarnaast spraken we heel uitgebreid over begrafenissen en crematies. Hoe wil jij? Wie erft wat? De jongste merkte op: "Goed gespreksonderwerp wanneer je een huwelijksdag aan het vieren bent," waarna we weer opgewekt verder gingen over seks en het werken in de zorg.
"Soms zit je tot je ellebogen in de stront," vertelt mijn moeder terwijl ze haar neus ophaalt en nog een frietje eet.
"Volgende week bijscholing openwondbehandeling. Leuk is dat," zegt mijn vader, terwijl hij smakelijk zijn vlees verorberd, "dan zijn er van die make-up specialisten die zo'n wond heel realistisch kunnen namaken. Heb ik nog wel foto's van."
Op den duur merk je dat de tafels rondom de jouwe toch wel angstvallig met rust worden gelaten. Wij zijn het gewend; het zijn voor ons normale tafelonderwerpen en het is niet het eerste restaurant waar we met zijn allen eten.
Inmiddels werd de peuter echt vervelend, dus Tante Linda en Ome Sander met het jong naar buiten. Ome Sander aan de ene kant van de straat, ik aan de andere, als een soort verdedigingslinie waar ie niet voorbij kon. Het kind rennen van de ene naar de andere kant, en een lol dat ie had. Zouden Papa en Mama iets vaker zelf moeten doen, vonden wij.
Dát gespreksonderwerp bewaarden we maar tot de kersverse familie al naar huis was met twee tevreden, uitgebluste koters. Want om nou écht een keer een tent af te breken, ging zelfs mijn ouders te ver. Buiten dat is de lieve vrede in huis ook wat waard.
Shattered Colors
maandag 4 april 2011
zondag 3 april 2011
Maar niet over mij!
Als werkzoekende ben ik natuurlijk meteen geabonneerd op diverse nieuwsbrieven. Intermediair, Banenmatch, Monsterboard, Nationale Vacaturebank, noem maar op. De laatste had een interessant artikeltje in de nieuwsbrief. Werknemers schijnen redelijk ontevreden te zijn met hun manager. Volgens Nationale Vacaturebank is 63% van de werknemers ontevreden met hun leidinggevende, en daarvan geeft 42% als reden dat ze te weinig begeleiding kregen.
Afgelopen donderdag was mijn laatste dag als manager, en het artikel spookte al een paar weken door mijn hoofd. In de aanloop naar die laatste dag hoorde ik van diverse medewerkers dat ze het vreselijk vonden dat ik wegging. De doemdenkers onder hen vreesden dat alles in het honderd zou lopen zodra ik weg was. Ik weet nog niet of ze gelijk krijgen want daarvoor is het nog een beetje te vroeg, maar het streelde natuurlijk wel mijn ego.
De laatste dag was een lange. Ik had elf uur ingepland om alles af te ronden, op te ruimen, en voor te bereiden op de plaatsvervangend manager. Om tien uur 's ochtends liep ik de shop binnen....
... en ze hadden slingers voor me opgehangen. Slingers, en een bord dat zei: "Linda, we zullen je HEEL erg missen." Als dat ontevreden medewerkers zijn, eet ik mijn schoen op. Ik was ontroerd, want dat had ik niet verwacht.
We aten een stukje taart (die had ik zelf meegenomen) en daarna gingen we aan het werk met af en toe een onderbreking omdat iemand dag wilde zeggen. Zelfs de vaste klanten vonden het jammer, maar wensten mij succes met solliciteren. De "vaste vuilnismannen," ja, ook die hebben we, kwamen persoonlijk nog even afscheid nemen. Lief van ze.
Maar dat was nog niet alles. Je moet weten dat ik regelmatig weken van vijftig uur maakte. Niet alleen op de zaak, maar ook daarbuiten. De ene keer werd ik 's ochtends vroeg uit m'n nest gebeld, de andere keer 's avonds na elven als de toko op slot ging. Of er was een roosterprobleem overdag. Of...
In de tijden dat ik er niet was, hadden de schatten cadeautjes besproken. En die kreeg ik, daar op de laatste dag. Een boek, een FRS bon, en niet een, zoals ik aanvankelijk dacht, maar twee boekenbonnen. Ik had geen flauw idee, maar ik was wel onder de indruk. Hadden ze allemaal voor mij gedaan.
De dag werd geen 11, maar 13 uur, omdat ik niet echt weg wilde van zulke mensen. Met z'n drieën, Mart, Emmelie, en ik, hebben we de dag afgesloten en daarna was het goed. Maar toen ik in de auto naar huis zat, kon ik het artikel over managers niet uit mijn hoofd krijgen.
63% of niet, ik ga worden gemist. Misschien niet qua werkzaamheden, want iedereen is vervangbaar, maar wel als mens. Het artikel ging niet over mij. En dat deed me stiekem wel een beetje goed.
Afgelopen donderdag was mijn laatste dag als manager, en het artikel spookte al een paar weken door mijn hoofd. In de aanloop naar die laatste dag hoorde ik van diverse medewerkers dat ze het vreselijk vonden dat ik wegging. De doemdenkers onder hen vreesden dat alles in het honderd zou lopen zodra ik weg was. Ik weet nog niet of ze gelijk krijgen want daarvoor is het nog een beetje te vroeg, maar het streelde natuurlijk wel mijn ego.
De laatste dag was een lange. Ik had elf uur ingepland om alles af te ronden, op te ruimen, en voor te bereiden op de plaatsvervangend manager. Om tien uur 's ochtends liep ik de shop binnen....
... en ze hadden slingers voor me opgehangen. Slingers, en een bord dat zei: "Linda, we zullen je HEEL erg missen." Als dat ontevreden medewerkers zijn, eet ik mijn schoen op. Ik was ontroerd, want dat had ik niet verwacht.
We aten een stukje taart (die had ik zelf meegenomen) en daarna gingen we aan het werk met af en toe een onderbreking omdat iemand dag wilde zeggen. Zelfs de vaste klanten vonden het jammer, maar wensten mij succes met solliciteren. De "vaste vuilnismannen," ja, ook die hebben we, kwamen persoonlijk nog even afscheid nemen. Lief van ze.
Maar dat was nog niet alles. Je moet weten dat ik regelmatig weken van vijftig uur maakte. Niet alleen op de zaak, maar ook daarbuiten. De ene keer werd ik 's ochtends vroeg uit m'n nest gebeld, de andere keer 's avonds na elven als de toko op slot ging. Of er was een roosterprobleem overdag. Of...
In de tijden dat ik er niet was, hadden de schatten cadeautjes besproken. En die kreeg ik, daar op de laatste dag. Een boek, een FRS bon, en niet een, zoals ik aanvankelijk dacht, maar twee boekenbonnen. Ik had geen flauw idee, maar ik was wel onder de indruk. Hadden ze allemaal voor mij gedaan.
De dag werd geen 11, maar 13 uur, omdat ik niet echt weg wilde van zulke mensen. Met z'n drieën, Mart, Emmelie, en ik, hebben we de dag afgesloten en daarna was het goed. Maar toen ik in de auto naar huis zat, kon ik het artikel over managers niet uit mijn hoofd krijgen.
63% of niet, ik ga worden gemist. Misschien niet qua werkzaamheden, want iedereen is vervangbaar, maar wel als mens. Het artikel ging niet over mij. En dat deed me stiekem wel een beetje goed.
woensdag 16 maart 2011
Want hij kan het weten.
Op mijn werk kom je de meest kleurrijke figuren tegen. Soms vermoeiend, soms interessant of grappig. Soms willen mensen zo snel mogelijk weg, andere keren nemen ze hun tijd voor een praatje met een bakje koffie erbij.
En soms zijn ze ronduit vervelend.
Vanmiddag kroop er een jongen voor in de tweede rij en dat deed ie zo snel, dat ik er amper wat van kon zeggen. Een beetje gedrongen was ie, met zo'n stoer bomberjack, opgeschoren haren, en een getinte huid. "Rizzla blauw," bijt ie me toe.
Ik trok mijn wenkbrauwen op naar de man die eigenlijk aan de beurt was, maar die vond het allemaal wel best. "Eigenlijk is die meneer aan de beurt," vertelde ik mijn opgeschoten jongere.
"Hij blijft daar toch staan."
"Jij was wel erg snel," zei ik, nog altijd vriendelijk lachend.
"Ik ben altijd snel. Ben snel geboren," antwoordde hij met een frons. "Rizzla blauw vloeitjes."
Manieren had ie ook niet. "Die hebben we niet meer, maar in de plaats daarvoor heb ik grijze Mascottes. Da's ongeveer hetzelfde."
"Nee hoef ik niet. Dan lange vloei."
Best. "Grijze of blauwe?" Wij ondersteunen de plaatselijke blowers namelijk met een verzameling aan lange vloeitjes en tips. Het verkoopt, denkt BP, dus waarom niet?
"Lange vloei."
Zucht. Luisteren is ook een kunst. "Grijze of blauwe?"
"Blauwe. En blauwe Rizzla is niet hetzelfde als grijze Mascotte. En ik kan het weten want ik blow al zes jaar."
Ik had moeite mijn lachen in te houden. Al dit gebeurde in minder dan twintig seconden. Meneer rekende af, en stampte geïrriteerd de deur uit.
Wees er maar trots op, gozer, dat je al zo lang blowt. Zal vast niet helpen om je manieren bij te leren of je humeur te verbeteren. Maar wie ben ik om dat te beweren? Hij blowt immers al zes jaar, dus hij weet het vast beter.
En soms zijn ze ronduit vervelend.
Vanmiddag kroop er een jongen voor in de tweede rij en dat deed ie zo snel, dat ik er amper wat van kon zeggen. Een beetje gedrongen was ie, met zo'n stoer bomberjack, opgeschoren haren, en een getinte huid. "Rizzla blauw," bijt ie me toe.
Ik trok mijn wenkbrauwen op naar de man die eigenlijk aan de beurt was, maar die vond het allemaal wel best. "Eigenlijk is die meneer aan de beurt," vertelde ik mijn opgeschoten jongere.
"Hij blijft daar toch staan."
"Jij was wel erg snel," zei ik, nog altijd vriendelijk lachend.
"Ik ben altijd snel. Ben snel geboren," antwoordde hij met een frons. "Rizzla blauw vloeitjes."
Manieren had ie ook niet. "Die hebben we niet meer, maar in de plaats daarvoor heb ik grijze Mascottes. Da's ongeveer hetzelfde."
"Nee hoef ik niet. Dan lange vloei."
Best. "Grijze of blauwe?" Wij ondersteunen de plaatselijke blowers namelijk met een verzameling aan lange vloeitjes en tips. Het verkoopt, denkt BP, dus waarom niet?
"Lange vloei."
Zucht. Luisteren is ook een kunst. "Grijze of blauwe?"
"Blauwe. En blauwe Rizzla is niet hetzelfde als grijze Mascotte. En ik kan het weten want ik blow al zes jaar."
Ik had moeite mijn lachen in te houden. Al dit gebeurde in minder dan twintig seconden. Meneer rekende af, en stampte geïrriteerd de deur uit.
Wees er maar trots op, gozer, dat je al zo lang blowt. Zal vast niet helpen om je manieren bij te leren of je humeur te verbeteren. Maar wie ben ik om dat te beweren? Hij blowt immers al zes jaar, dus hij weet het vast beter.
dinsdag 1 maart 2011
De auto en de automonteur
Ik heb een hele leuke Turkse automonteur. Ik hoef er maar langs te rijden met een probleempje en hij verhelpt het direct, vaak nog gratis of tegen minimale vergoeding. Ik kom er ook wel graag; er is altijd koffie, en hij en zijn crew zijn enorm gezellig. Dus toen mijn auto weer gekeurd moest worden, reed ik er vorige week dan ook even langs voor een afspraak.
De garage zit vlakbij m'n werk. "Dan halen we 'm dinsdag even op," zegt ie, "en als we onderdelen moeten bestellen zetten we 'm om vier uur weer terug." Superdeal. Heeft ie eerder ook gedaan. Stuurt ie een van z'n onderdanen, en de auto komt pico bello weer terug.
Behalve vandaag. "Mijn auto wordt straks gekeurd," zeg ik tegen mijn collega, en ik trek een gezicht. Auto keuren betekent bij mij vaak een rekening van minimaal 250 euro. Maar wat kan er dit keer nu helemaal mis zijn? In december zijn er twee banden en een uitlaat vervangen. De dynamo is nieuw, de radiator pas twee jaar oud, de olie is pas ververst, dus ergens had ik ook wel goede hoop.
Alleen... hij kwam niet. En ik ben natuurlijk iemand die geen belangrijke telefoonnummers op slaat. Dan maar even langs rijden, maar zoals ik al zei, van hem kan ik het wel hebben.
Dus toen ik om half vijf vanuit m'n werk toch maar even langs kwam, begroette hij me met een pijnlijke grijns. "Oh... ik krijg vast klappen," zegt ie. Mijn Turkse automonteur. Humor heeft ie wel. "Ik wist het niet meer zeker. Ik dacht dat het woensdag was..."
Nou vooruit dan maar weer, dan doen we het woensdag. En wie weet, als ik een beetje op z'n schuldgevoel in werk, krijg ik nog korting uit.
Morgen is ie dus écht gekeurd, wel 1 dag voor de deadline!
En mensen in Utrecht, hij is echt goed hoor! Autobedrijf Ahyan, op het Cartesiusterrein. De reclame verdient ie wel.
De garage zit vlakbij m'n werk. "Dan halen we 'm dinsdag even op," zegt ie, "en als we onderdelen moeten bestellen zetten we 'm om vier uur weer terug." Superdeal. Heeft ie eerder ook gedaan. Stuurt ie een van z'n onderdanen, en de auto komt pico bello weer terug.
Behalve vandaag. "Mijn auto wordt straks gekeurd," zeg ik tegen mijn collega, en ik trek een gezicht. Auto keuren betekent bij mij vaak een rekening van minimaal 250 euro. Maar wat kan er dit keer nu helemaal mis zijn? In december zijn er twee banden en een uitlaat vervangen. De dynamo is nieuw, de radiator pas twee jaar oud, de olie is pas ververst, dus ergens had ik ook wel goede hoop.
Alleen... hij kwam niet. En ik ben natuurlijk iemand die geen belangrijke telefoonnummers op slaat. Dan maar even langs rijden, maar zoals ik al zei, van hem kan ik het wel hebben.
Dus toen ik om half vijf vanuit m'n werk toch maar even langs kwam, begroette hij me met een pijnlijke grijns. "Oh... ik krijg vast klappen," zegt ie. Mijn Turkse automonteur. Humor heeft ie wel. "Ik wist het niet meer zeker. Ik dacht dat het woensdag was..."
Nou vooruit dan maar weer, dan doen we het woensdag. En wie weet, als ik een beetje op z'n schuldgevoel in werk, krijg ik nog korting uit.
Morgen is ie dus écht gekeurd, wel 1 dag voor de deadline!
En mensen in Utrecht, hij is echt goed hoor! Autobedrijf Ahyan, op het Cartesiusterrein. De reclame verdient ie wel.
donderdag 17 februari 2011
Televisie en analyse
Televisieseries zijn fascinerend. Ik kijk liever een televisieserie dan een film, omdat er zoveel meer tijd is om personages uit te diepen. Daarnaast kun je een soort van band opbouwen met de personages (ja, ik wel!), zeker bij de series die langer dan tien afleveringen lopen. Bij een film krijg je vaak de kans niet; 1,5 uur is zo kort!
Wat ik in mijn studies gedaan heb, is het bekijken van specifieke stereotypes. Vrouwen in politieseries, joden in South Park, en het beeld van de vrouw in diverse Westerns, om te kijken hoe de stereotypering veranderde in bijna zeventig jaar. En als je er eenmaal aan begint, kom je er niet van af.
Mijn voorkeur ligt bij politie/drama series. Neem nou Law & Order, en dan specifiek de Special Victims Unit spin-off. De hoofdrolspelers Elliot en Olivia zijn typische man/vrouw rolmodellen. Elliot representeert boosheid, woede, en heeft moeite dat onder controle te houden. Olivia staat voor emotie, empathie, emancipatie. Naarmate de serie vordert krijgt ze meer "vrouwelijke" eigenschappen, zo laat ze bijvoorbeeld haar haar groeien. Deze twee personages staan aan de basis. Dan heb je nog de oudere, ervaren captain; en de twee meer ironische rollen van detectives Munch en Tutuola. De eerste is joods, cynisch, en dol op clompottheorieën. Daarnaast geeft hij af op "the Man," ofwel de staat - dezelfde voor welke hij werkt. Tutuola wordt gespeeld door Ice-T, vroeger een "gangsta-rapper." Daarnaast representeert hij in ieder geval een deel van de "affirmative action."
En dan profiler Huang. Valt het je op dat slimme mensen in Amerikaanse politieseries vaak mensen zijn van Aziatische afkomst? Ook een aantal CSU onderzoekers zijn Aziatisch. De stereotype is dat Aziaten slimme mensen zijn dus wat beter te casten dan een Amerikaanse Aziaat?
Genoeg nu; ik ga gauw weer terug naar zo'n zelfde serie, in welke de mannelijke en vrouwelijke rollen tegengesteld getypeerd zijn: Bones. En dan even die knop uitzetten en gewoon kijken als amusement.
Wat ik in mijn studies gedaan heb, is het bekijken van specifieke stereotypes. Vrouwen in politieseries, joden in South Park, en het beeld van de vrouw in diverse Westerns, om te kijken hoe de stereotypering veranderde in bijna zeventig jaar. En als je er eenmaal aan begint, kom je er niet van af.
Mijn voorkeur ligt bij politie/drama series. Neem nou Law & Order, en dan specifiek de Special Victims Unit spin-off. De hoofdrolspelers Elliot en Olivia zijn typische man/vrouw rolmodellen. Elliot representeert boosheid, woede, en heeft moeite dat onder controle te houden. Olivia staat voor emotie, empathie, emancipatie. Naarmate de serie vordert krijgt ze meer "vrouwelijke" eigenschappen, zo laat ze bijvoorbeeld haar haar groeien. Deze twee personages staan aan de basis. Dan heb je nog de oudere, ervaren captain; en de twee meer ironische rollen van detectives Munch en Tutuola. De eerste is joods, cynisch, en dol op clompottheorieën. Daarnaast geeft hij af op "the Man," ofwel de staat - dezelfde voor welke hij werkt. Tutuola wordt gespeeld door Ice-T, vroeger een "gangsta-rapper." Daarnaast representeert hij in ieder geval een deel van de "affirmative action."
En dan profiler Huang. Valt het je op dat slimme mensen in Amerikaanse politieseries vaak mensen zijn van Aziatische afkomst? Ook een aantal CSU onderzoekers zijn Aziatisch. De stereotype is dat Aziaten slimme mensen zijn dus wat beter te casten dan een Amerikaanse Aziaat?
Genoeg nu; ik ga gauw weer terug naar zo'n zelfde serie, in welke de mannelijke en vrouwelijke rollen tegengesteld getypeerd zijn: Bones. En dan even die knop uitzetten en gewoon kijken als amusement.
woensdag 9 februari 2011
Tandartsen-karma
Al maanden probeer ik de moed te verzamelen om de tandarts te bellen. Nou denk je vast: Ja Lin, doe het dan, stel je niet aan... maar zo'n held ben ik niet. Ik ben niet enorm bang voor de tandarts (meer voor de heks die zich voordoet als mondhygieniste) maar hoe langer ik niet ga, hoe meer ik er tegenop zie om te bellen. Vicieuze cirkel ten top.
Waarom?
Omdat ik altijd wat heb. Altijd. Ik schrob mijn tanden grondig, flos van tijd tot tijd (ik heb het nooit in mijn vaste routine kunnen krijgen), heb een fles mondwater klaar staan... maar elke keer is het wat. Gaatjes, wortelkanaalbehandelingen, ontstoken tandvlees, noem maar op. En ik hou er niet van als ik hulpeloos in een stoel zit en niet eens kenbaar kan maken wat ik wil zeggen of doen.
De laatste keer dat ik naar de tandarts ging was 2,5 jaar geleden. Ik had net zes gaatjes (ZES GAATJES) laten vullen voordat ik naar de mondhygieniste gestuurd werd; een vrolijk meisje van misschien net twintig. Na het bloedbad wat ze had aangericht (zoals ik al zei, ontstoken tandvlees), vroeg ze hoe oud ik was. Op dat moment was ik net zesentwintig, en ze keek me vriendelijk aan voordat ze de gewraakte woorden sprak: "Op dit moment zijn uw tanden op zijn sterkst." ZES GAATJES dus. Ik hield mijn hart vast voor de toekomst, maar ben dus nooit meer geweest. Stom stom stom.
Ze wilde me terugzien na zes maanden, maar die afspraak heb ik afgezegd en daarna, tsja, ben ik er eigenlijk nooit meer aan toegekomen om te gaan. Ik heb er eerst niet, en daarna iets meer aan gedacht om die afspraak te maken, maar het kwam er niet van. Vicieuze cirkel, dus.
De laatste twee weken dacht ik er echter dagelijks aan. Straks even bellen! En 's avonds zit je op de bank; shit, vergeten. Het is alsof mijn brein alle info van tandartsen blokkeert tijdens openingstijden en zodra de toko gesloten is, komen ze weer terug. Het is een vloek, zeg ik je.
Vandaag kwam de verlossing.
Om kwart voor vijf werd ik gebeld door de tandartspraktijk. Ik stond met m'n mond vol tanden (zowel figuurlijk als, gelukkig nog steeds, letterlijk). "We zijn ons patientenbestand aan het opschonen zodat we ook weer nieuwe mensen kunnen aannemen, en u staat nog in ons systeem. Heeft u een nieuwe tandarts?"
Ik lachte wat zenuwachtig. "Eh, nou, nee. Ik moet alleen al heel erg lang nodig naar de tandarts maaruh, ik durf niet te bellen."
Mijn vriend en zijn moeder, die tegenover me zaten, wisselden een blik en trokken hun wenkbrauwen op. Vriendlief gniffelde.
"Oh! Bent u wel nog van plan om naar de tandarts te gaan?"
Twee paar ogen keken me vorsend aan. "Eigenlijk wel, maar hoe langer ik niet meer ging, hoe meer ik ertegenop zag om een afspraak te maken."
"Dat kan ik nu meteen doen, als u wilt?"
Weinig komt mij aanwaaien, maar tandartsbezoeken zijn blijkbaar een uitzondering op die regel. Ik vermoed dat ik in een vorig leven seriemoordenaar ben geweest en dat m'n karma me nu inhaalt. "Ja nou, graag."
Om een lang verhaal kort te maken, maandag om kwart voor vier zit ik bij mijn tandarts voor een inspectie, en waarschijnlijk ga ik daarna nog een keer of vier terug voor een aantal slagvelden en bloedbaden. Ik kijk er nu al naar uit.
"Had je niet voor mij ook meteen een afspraak kunnen maken?" zegt vriendlief.
Hij krijgt een dodelijke blik toegeworpen. Ik krijg 'm nog wel.
Waarom?
Omdat ik altijd wat heb. Altijd. Ik schrob mijn tanden grondig, flos van tijd tot tijd (ik heb het nooit in mijn vaste routine kunnen krijgen), heb een fles mondwater klaar staan... maar elke keer is het wat. Gaatjes, wortelkanaalbehandelingen, ontstoken tandvlees, noem maar op. En ik hou er niet van als ik hulpeloos in een stoel zit en niet eens kenbaar kan maken wat ik wil zeggen of doen.
De laatste keer dat ik naar de tandarts ging was 2,5 jaar geleden. Ik had net zes gaatjes (ZES GAATJES) laten vullen voordat ik naar de mondhygieniste gestuurd werd; een vrolijk meisje van misschien net twintig. Na het bloedbad wat ze had aangericht (zoals ik al zei, ontstoken tandvlees), vroeg ze hoe oud ik was. Op dat moment was ik net zesentwintig, en ze keek me vriendelijk aan voordat ze de gewraakte woorden sprak: "Op dit moment zijn uw tanden op zijn sterkst." ZES GAATJES dus. Ik hield mijn hart vast voor de toekomst, maar ben dus nooit meer geweest. Stom stom stom.
Ze wilde me terugzien na zes maanden, maar die afspraak heb ik afgezegd en daarna, tsja, ben ik er eigenlijk nooit meer aan toegekomen om te gaan. Ik heb er eerst niet, en daarna iets meer aan gedacht om die afspraak te maken, maar het kwam er niet van. Vicieuze cirkel, dus.
De laatste twee weken dacht ik er echter dagelijks aan. Straks even bellen! En 's avonds zit je op de bank; shit, vergeten. Het is alsof mijn brein alle info van tandartsen blokkeert tijdens openingstijden en zodra de toko gesloten is, komen ze weer terug. Het is een vloek, zeg ik je.
Vandaag kwam de verlossing.
Om kwart voor vijf werd ik gebeld door de tandartspraktijk. Ik stond met m'n mond vol tanden (zowel figuurlijk als, gelukkig nog steeds, letterlijk). "We zijn ons patientenbestand aan het opschonen zodat we ook weer nieuwe mensen kunnen aannemen, en u staat nog in ons systeem. Heeft u een nieuwe tandarts?"
Ik lachte wat zenuwachtig. "Eh, nou, nee. Ik moet alleen al heel erg lang nodig naar de tandarts maaruh, ik durf niet te bellen."
Mijn vriend en zijn moeder, die tegenover me zaten, wisselden een blik en trokken hun wenkbrauwen op. Vriendlief gniffelde.
"Oh! Bent u wel nog van plan om naar de tandarts te gaan?"
Twee paar ogen keken me vorsend aan. "Eigenlijk wel, maar hoe langer ik niet meer ging, hoe meer ik ertegenop zag om een afspraak te maken."
"Dat kan ik nu meteen doen, als u wilt?"
Weinig komt mij aanwaaien, maar tandartsbezoeken zijn blijkbaar een uitzondering op die regel. Ik vermoed dat ik in een vorig leven seriemoordenaar ben geweest en dat m'n karma me nu inhaalt. "Ja nou, graag."
Om een lang verhaal kort te maken, maandag om kwart voor vier zit ik bij mijn tandarts voor een inspectie, en waarschijnlijk ga ik daarna nog een keer of vier terug voor een aantal slagvelden en bloedbaden. Ik kijk er nu al naar uit.
"Had je niet voor mij ook meteen een afspraak kunnen maken?" zegt vriendlief.
Hij krijgt een dodelijke blik toegeworpen. Ik krijg 'm nog wel.
maandag 7 februari 2011
Van Alles Een Beetje
Creatief zijn is niet gemakkelijk. Ondanks dat je tekent, schrijft, of fotografeert voor je eigen plezier, meet je je toch met de mensen om je heen. Zeker sinds de internetrevolutie is het gemakkelijker geworden om mede-creatievelingen op te zoeken en dat brengt zowel vreugde als stress.
Vreugde, omdat je nu je passies kan delen. Ik doe alles graag: ik teken veel (op de traditionele manier met potlood en papier meestal), ik schrijf graag (fan-fictie, blogs, Nederlands, Engels, maakt niet uit) en fotografeer (van alles en nog wat). Op het internet vind je je gelijken en, meteen maar even doorgaan op de stress, je meerdere.
Stress, dus, omdat we graag creatief zijn en ook een zekere mate van erkenning te krijgen. Die erkenning is er ook zeker wel, maar het weegt niet op tegen de onzekerheden tot je uitmuntend bent in een bepaald vlak en dat van jezelf weet (omdat je veel erkenning krijgt? Het lijkt een vicieuze cirkel). Zelfs degenen die ik als meerdere erken zijn onzeker over hun eigen werk.
Het wordt helemaal naar als je, zoals ik, van alles een beetje doet. Om de voorbeelden er maar even bij te halen: Ik teken, maar heb oneindig lang alleen maar zogenaamde "fanart" getekend en heel specifiek ook; ik heb me toegelegd op Elfquest. Toen ik mezelf laatst voor het eerst in jaren weer eens toelegde op het tekenen van een menselijk portret brak het angstzweet me uit. Ik was het verleerd! Daarbij komt dat ik van het tekenen op de computer geen kaas gegeven heb, dus bij mij is alles traditionele media: potlood, papier, kleurpotloden en Copic Markers.
Hetzelfde geldt voor schrijven. Fanfictie en blogs hou ik met plezier bij; jaren geleden heb ik een hoop verhalen geschreven (de meeste zonder einde, want dan zat ik ineens vast), maar hoe goed is mijn schrijven nou? Kan ik het wel?
Dan fotografie. Ik weet dat mijn concertfoto's goed zijn, dus mijn frustratie op dit vlak is van andere makelij. Acht jaar geleden was mijn camera hip en mijn lenzen goed bruikbaar. Maar de technologische revolutie degradeerde mijn camera al snel als ouderwets. Zelfs mijn kleine compact-reis-alles-camera heeft meer megapixels en een grotere isowaarde. Bovendien is de lol van je hobby er snel van af als je competitie moet gaan voeren om een fotopas met iedereen die inmiddels ook een spiegelreflex in zijn bezit heeft.
Ik kan van alles een beetje, maar is het goed genoeg? Kan mijn "kunst" zich meten met dat van anderen? Is het een algemeen feit dat creatieve mensen aan zichzelf twijfelen, of ben ik zo'n zeikerd?
Ik zal er wel nooit helemaal achter komen. Laat ik dit epistel dan in ieder geval positief afsluiten. Ik ga vrolijk door met tekenen en leg me koppig toe op portretten van mensen die ik bewonder, ik blijf schrijven in de vorm van een blog en de cursus Journalistiek Schrijven welke zojuist is binnengekomen, en blijf plaatjes schieten van dingen die ik mooi vind met mijn oude camera; hetzij concerten, hetzij iets anders. De aanhouder wint!
Vreugde, omdat je nu je passies kan delen. Ik doe alles graag: ik teken veel (op de traditionele manier met potlood en papier meestal), ik schrijf graag (fan-fictie, blogs, Nederlands, Engels, maakt niet uit) en fotografeer (van alles en nog wat). Op het internet vind je je gelijken en, meteen maar even doorgaan op de stress, je meerdere.
Stress, dus, omdat we graag creatief zijn en ook een zekere mate van erkenning te krijgen. Die erkenning is er ook zeker wel, maar het weegt niet op tegen de onzekerheden tot je uitmuntend bent in een bepaald vlak en dat van jezelf weet (omdat je veel erkenning krijgt? Het lijkt een vicieuze cirkel). Zelfs degenen die ik als meerdere erken zijn onzeker over hun eigen werk.
Het wordt helemaal naar als je, zoals ik, van alles een beetje doet. Om de voorbeelden er maar even bij te halen: Ik teken, maar heb oneindig lang alleen maar zogenaamde "fanart" getekend en heel specifiek ook; ik heb me toegelegd op Elfquest. Toen ik mezelf laatst voor het eerst in jaren weer eens toelegde op het tekenen van een menselijk portret brak het angstzweet me uit. Ik was het verleerd! Daarbij komt dat ik van het tekenen op de computer geen kaas gegeven heb, dus bij mij is alles traditionele media: potlood, papier, kleurpotloden en Copic Markers.
Hetzelfde geldt voor schrijven. Fanfictie en blogs hou ik met plezier bij; jaren geleden heb ik een hoop verhalen geschreven (de meeste zonder einde, want dan zat ik ineens vast), maar hoe goed is mijn schrijven nou? Kan ik het wel?
Dan fotografie. Ik weet dat mijn concertfoto's goed zijn, dus mijn frustratie op dit vlak is van andere makelij. Acht jaar geleden was mijn camera hip en mijn lenzen goed bruikbaar. Maar de technologische revolutie degradeerde mijn camera al snel als ouderwets. Zelfs mijn kleine compact-reis-alles-camera heeft meer megapixels en een grotere isowaarde. Bovendien is de lol van je hobby er snel van af als je competitie moet gaan voeren om een fotopas met iedereen die inmiddels ook een spiegelreflex in zijn bezit heeft.
Ik kan van alles een beetje, maar is het goed genoeg? Kan mijn "kunst" zich meten met dat van anderen? Is het een algemeen feit dat creatieve mensen aan zichzelf twijfelen, of ben ik zo'n zeikerd?
Ik zal er wel nooit helemaal achter komen. Laat ik dit epistel dan in ieder geval positief afsluiten. Ik ga vrolijk door met tekenen en leg me koppig toe op portretten van mensen die ik bewonder, ik blijf schrijven in de vorm van een blog en de cursus Journalistiek Schrijven welke zojuist is binnengekomen, en blijf plaatjes schieten van dingen die ik mooi vind met mijn oude camera; hetzij concerten, hetzij iets anders. De aanhouder wint!
Abonneren op:
Posts (Atom)