donderdag 17 februari 2011

Televisie en analyse

Televisieseries zijn fascinerend. Ik kijk liever een televisieserie dan een film, omdat er zoveel meer tijd is om personages uit te diepen. Daarnaast kun je een soort van band opbouwen met de personages (ja, ik wel!), zeker bij de series die langer dan tien afleveringen lopen. Bij een film krijg je vaak de kans niet; 1,5 uur is zo kort!

Wat ik in mijn studies gedaan heb, is het bekijken van specifieke stereotypes. Vrouwen in politieseries, joden in South Park, en het beeld van de vrouw in diverse Westerns, om te kijken hoe de stereotypering veranderde in bijna zeventig jaar. En als je er eenmaal aan begint, kom je er niet van af.

Mijn voorkeur ligt bij politie/drama series. Neem nou Law & Order, en dan specifiek de Special Victims Unit spin-off. De hoofdrolspelers Elliot en Olivia zijn typische man/vrouw rolmodellen. Elliot representeert boosheid, woede, en heeft moeite dat onder controle te houden. Olivia staat voor emotie, empathie, emancipatie. Naarmate de serie vordert krijgt ze meer "vrouwelijke" eigenschappen, zo laat ze bijvoorbeeld haar haar groeien. Deze twee personages staan aan de basis. Dan heb je nog de oudere, ervaren captain; en de twee meer ironische rollen van detectives Munch en Tutuola. De eerste is joods, cynisch, en dol op clompottheorieën. Daarnaast geeft hij af op "the Man," ofwel de staat - dezelfde voor welke hij werkt. Tutuola wordt gespeeld door Ice-T, vroeger een "gangsta-rapper." Daarnaast representeert hij in ieder geval een deel van de "affirmative action."

En dan profiler Huang. Valt het je op dat slimme mensen in Amerikaanse politieseries vaak mensen zijn van Aziatische afkomst? Ook een aantal CSU onderzoekers zijn Aziatisch. De stereotype is dat Aziaten slimme mensen zijn dus wat beter te casten dan een Amerikaanse Aziaat?

Genoeg nu; ik ga gauw weer terug naar zo'n zelfde serie, in welke de mannelijke en vrouwelijke rollen tegengesteld getypeerd zijn: Bones. En dan even die knop uitzetten en gewoon kijken als amusement.

woensdag 9 februari 2011

Tandartsen-karma

Al maanden probeer ik de moed te verzamelen om de tandarts te bellen. Nou denk je vast: Ja Lin, doe het dan, stel je niet aan... maar zo'n held ben ik niet. Ik ben niet enorm bang voor de tandarts (meer voor de heks die zich voordoet als mondhygieniste) maar hoe langer ik niet ga, hoe meer ik er tegenop zie om te bellen. Vicieuze cirkel ten top.

Waarom?

Omdat ik altijd wat heb. Altijd. Ik schrob mijn tanden grondig, flos van tijd tot tijd (ik heb het nooit in mijn vaste routine kunnen krijgen), heb een fles mondwater klaar staan... maar elke keer is het wat. Gaatjes, wortelkanaalbehandelingen, ontstoken tandvlees, noem maar op. En ik hou er niet van als ik hulpeloos in een stoel zit en niet eens kenbaar kan maken wat ik wil zeggen of doen.

De laatste keer dat ik naar de tandarts ging was 2,5 jaar geleden. Ik had net zes gaatjes (ZES GAATJES) laten vullen voordat ik naar de mondhygieniste gestuurd werd; een vrolijk meisje van misschien net twintig. Na het bloedbad wat ze had aangericht (zoals ik al zei, ontstoken tandvlees), vroeg ze hoe oud ik was. Op dat moment was ik net zesentwintig, en ze keek me vriendelijk aan voordat ze de gewraakte woorden sprak: "Op dit moment zijn uw tanden op zijn sterkst." ZES GAATJES dus. Ik hield mijn hart vast voor de toekomst, maar ben dus nooit meer geweest. Stom stom stom.

Ze wilde me terugzien na zes maanden, maar die afspraak heb ik afgezegd en daarna, tsja, ben ik er eigenlijk nooit meer aan toegekomen om te gaan. Ik heb er eerst niet, en daarna iets meer aan gedacht om die afspraak te maken, maar het kwam er niet van. Vicieuze cirkel, dus.

De laatste twee weken dacht ik er echter dagelijks aan. Straks even bellen! En 's avonds zit je op de bank; shit, vergeten. Het is alsof mijn brein alle info van tandartsen blokkeert tijdens openingstijden en zodra de toko gesloten is, komen ze weer terug. Het is een vloek, zeg ik je.

Vandaag kwam de verlossing.

Om kwart voor vijf werd ik gebeld door de tandartspraktijk. Ik stond met m'n mond vol tanden (zowel figuurlijk als, gelukkig nog steeds, letterlijk). "We zijn ons patientenbestand aan het opschonen zodat we ook weer nieuwe mensen kunnen aannemen, en u staat nog in ons systeem. Heeft u een nieuwe tandarts?"

Ik lachte wat zenuwachtig. "Eh, nou, nee. Ik moet alleen al heel erg lang nodig naar de tandarts maaruh, ik durf niet te bellen."

Mijn vriend en zijn moeder, die tegenover me zaten, wisselden een blik en trokken hun wenkbrauwen op. Vriendlief gniffelde.

"Oh! Bent u wel nog van plan om naar de tandarts te gaan?"

Twee paar ogen keken me vorsend aan. "Eigenlijk wel, maar hoe langer ik niet meer ging, hoe meer ik ertegenop zag om een afspraak te maken."

"Dat kan ik nu meteen doen, als u wilt?"

Weinig komt mij aanwaaien, maar tandartsbezoeken zijn blijkbaar een uitzondering op die regel. Ik vermoed dat ik in een vorig leven seriemoordenaar ben geweest en dat m'n karma me nu inhaalt. "Ja nou, graag."

Om een lang verhaal kort te maken, maandag om kwart voor vier zit ik bij mijn tandarts voor een inspectie, en waarschijnlijk ga ik daarna nog een keer of vier terug voor een aantal slagvelden en bloedbaden. Ik kijk er nu al naar uit.

"Had je niet voor mij ook meteen een afspraak kunnen maken?" zegt vriendlief.

Hij krijgt een dodelijke blik toegeworpen. Ik krijg 'm nog wel.

maandag 7 februari 2011

Van Alles Een Beetje

Creatief zijn is niet gemakkelijk. Ondanks dat je tekent, schrijft, of fotografeert voor je eigen plezier, meet je je toch met de mensen om je heen. Zeker sinds de internetrevolutie is het gemakkelijker geworden om mede-creatievelingen op te zoeken en dat brengt zowel vreugde als stress.

Vreugde, omdat je nu je passies kan delen. Ik doe alles graag: ik teken veel (op de traditionele manier met potlood en papier meestal), ik schrijf graag (fan-fictie, blogs, Nederlands, Engels, maakt niet uit) en fotografeer (van alles en nog wat). Op het internet vind je je gelijken en, meteen maar even doorgaan op de stress, je meerdere.

Stress, dus, omdat we graag creatief zijn en ook een zekere mate van erkenning te krijgen. Die erkenning is er ook zeker wel, maar het weegt niet op tegen de onzekerheden tot je uitmuntend bent in een bepaald vlak en dat van jezelf weet (omdat je veel erkenning krijgt? Het lijkt een vicieuze cirkel). Zelfs degenen die ik als meerdere erken zijn onzeker over hun eigen werk.

Het wordt helemaal naar als je, zoals ik, van alles een beetje doet. Om de voorbeelden er maar even bij te halen: Ik teken, maar heb oneindig lang alleen maar zogenaamde "fanart" getekend en heel specifiek ook; ik heb me toegelegd op Elfquest. Toen ik mezelf laatst voor het eerst in jaren weer eens toelegde op het tekenen van een menselijk portret brak het angstzweet me uit. Ik was het verleerd! Daarbij komt dat ik van het tekenen op de computer geen kaas gegeven heb, dus bij mij is alles traditionele media: potlood, papier, kleurpotloden en Copic Markers.

Hetzelfde geldt voor schrijven. Fanfictie en blogs hou ik met plezier bij; jaren geleden heb ik een hoop verhalen geschreven (de meeste zonder einde, want dan zat ik ineens vast), maar hoe goed is mijn schrijven nou? Kan ik het wel?

Dan fotografie. Ik weet dat mijn concertfoto's goed zijn, dus mijn frustratie op dit vlak is van andere makelij. Acht jaar geleden was mijn camera hip en mijn lenzen goed bruikbaar. Maar de technologische revolutie degradeerde mijn camera al snel als ouderwets. Zelfs mijn kleine compact-reis-alles-camera heeft meer megapixels en een grotere isowaarde. Bovendien is de lol van je hobby er snel van af als je competitie moet gaan voeren om een fotopas met iedereen die inmiddels ook een spiegelreflex in zijn bezit heeft.

Ik kan van alles een beetje, maar is het goed genoeg? Kan mijn "kunst" zich meten met dat van anderen? Is het een algemeen feit dat creatieve mensen aan zichzelf twijfelen, of ben ik zo'n zeikerd?

Ik zal er wel nooit helemaal achter komen. Laat ik dit epistel dan in ieder geval positief afsluiten. Ik ga vrolijk door met tekenen en leg me koppig toe op portretten van mensen die ik bewonder, ik blijf schrijven in de vorm van een blog en de cursus Journalistiek Schrijven welke zojuist is binnengekomen, en blijf plaatjes schieten van dingen die ik mooi vind met mijn oude camera; hetzij concerten, hetzij iets anders. De aanhouder wint!

woensdag 2 februari 2011

De eeuwige studenten

Gisteravond kreeg ik een telefoontje van een van mijn beste vriendinnen. "Lin," zei ze, "Ik ga weer studeren!"

Als eeuwige student had ze mijn interesse meteen te pakken, temeer omdat ze al langer de wens uitte dat ze zoiets wilde gaan doen. Dus mijn volgende vraag was dan ook: "Wat dan?"

"Russisch! Via het NTI!"

Over onverwachts gesproken! Ik was echter meteen enthousiast, omdat ik op de middelbare school ook Russisch heb gevolgd en omdat ik het er stomtoevallig 's middags nog over had om mijn verstofte talen (zoals Duits en Russisch) op te halen. Ze zei dat ik de eerste was die echt enthousiast reageerde en ik hoorde dat ze daar wel opgelucht om was.  Ook vertelde ze dat ze het ook wel een beetje benauwd kreeg van het concept "zelfstudie."

De oplossing was nabij.

Ik begin ook weer een nieuwe cursus en stomtoevallig ook via het NTI, alleen doe ik Journalistiek Schrijven. Na al het academische werk dat ik tijdens mijn studie heb gedaan, wil ik vooral leuk en leesbaar kunnen schrijven. Dus stelde ik voor: "Waarom studeren we dan niet samen?"

Aldus geschiede. Als het goed is gaan we vanaf volgende week een keer per week afspreken om zo allebei ons huiswerk te maken. We zijn elkaars stok achter de deur, en ik ben nu al enthousiast. Kan niet wachten om te beginnen!

Ik vind het heerlijk om te studeren. Zoals een collega van me zei: "De meeste mensen scholen zich na tien jaar om, en jij gaat gewoon door." Zolang het kan en ik het kan betalen, waarom niet? Kennis is niet alleen macht; het is nog ontzettend leuk ook. En ook al hebben journalisten slechte toekomstperspectieven, ik ga zoveel mogelijk kennis vergaren om tóch die droom te verwezelijken. Als dat begint bij braaf vier uur per week m'n huiswerk maken, ben ik alweer gelukkig.