Al maanden probeer ik de moed te verzamelen om de tandarts te bellen. Nou denk je vast: Ja Lin, doe het dan, stel je niet aan... maar zo'n held ben ik niet. Ik ben niet enorm bang voor de tandarts (meer voor de heks die zich voordoet als mondhygieniste) maar hoe langer ik niet ga, hoe meer ik er tegenop zie om te bellen. Vicieuze cirkel ten top.
Waarom?
Omdat ik altijd wat heb. Altijd. Ik schrob mijn tanden grondig, flos van tijd tot tijd (ik heb het nooit in mijn vaste routine kunnen krijgen), heb een fles mondwater klaar staan... maar elke keer is het wat. Gaatjes, wortelkanaalbehandelingen, ontstoken tandvlees, noem maar op. En ik hou er niet van als ik hulpeloos in een stoel zit en niet eens kenbaar kan maken wat ik wil zeggen of doen.
De laatste keer dat ik naar de tandarts ging was 2,5 jaar geleden. Ik had net zes gaatjes (ZES GAATJES) laten vullen voordat ik naar de mondhygieniste gestuurd werd; een vrolijk meisje van misschien net twintig. Na het bloedbad wat ze had aangericht (zoals ik al zei, ontstoken tandvlees), vroeg ze hoe oud ik was. Op dat moment was ik net zesentwintig, en ze keek me vriendelijk aan voordat ze de gewraakte woorden sprak: "Op dit moment zijn uw tanden op zijn sterkst." ZES GAATJES dus. Ik hield mijn hart vast voor de toekomst, maar ben dus nooit meer geweest. Stom stom stom.
Ze wilde me terugzien na zes maanden, maar die afspraak heb ik afgezegd en daarna, tsja, ben ik er eigenlijk nooit meer aan toegekomen om te gaan. Ik heb er eerst niet, en daarna iets meer aan gedacht om die afspraak te maken, maar het kwam er niet van. Vicieuze cirkel, dus.
De laatste twee weken dacht ik er echter dagelijks aan. Straks even bellen! En 's avonds zit je op de bank; shit, vergeten. Het is alsof mijn brein alle info van tandartsen blokkeert tijdens openingstijden en zodra de toko gesloten is, komen ze weer terug. Het is een vloek, zeg ik je.
Vandaag kwam de verlossing.
Om kwart voor vijf werd ik gebeld door de tandartspraktijk. Ik stond met m'n mond vol tanden (zowel figuurlijk als, gelukkig nog steeds, letterlijk). "We zijn ons patientenbestand aan het opschonen zodat we ook weer nieuwe mensen kunnen aannemen, en u staat nog in ons systeem. Heeft u een nieuwe tandarts?"
Ik lachte wat zenuwachtig. "Eh, nou, nee. Ik moet alleen al heel erg lang nodig naar de tandarts maaruh, ik durf niet te bellen."
Mijn vriend en zijn moeder, die tegenover me zaten, wisselden een blik en trokken hun wenkbrauwen op. Vriendlief gniffelde.
"Oh! Bent u wel nog van plan om naar de tandarts te gaan?"
Twee paar ogen keken me vorsend aan. "Eigenlijk wel, maar hoe langer ik niet meer ging, hoe meer ik ertegenop zag om een afspraak te maken."
"Dat kan ik nu meteen doen, als u wilt?"
Weinig komt mij aanwaaien, maar tandartsbezoeken zijn blijkbaar een uitzondering op die regel. Ik vermoed dat ik in een vorig leven seriemoordenaar ben geweest en dat m'n karma me nu inhaalt. "Ja nou, graag."
Om een lang verhaal kort te maken, maandag om kwart voor vier zit ik bij mijn tandarts voor een inspectie, en waarschijnlijk ga ik daarna nog een keer of vier terug voor een aantal slagvelden en bloedbaden. Ik kijk er nu al naar uit.
"Had je niet voor mij ook meteen een afspraak kunnen maken?" zegt vriendlief.
Hij krijgt een dodelijke blik toegeworpen. Ik krijg 'm nog wel.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten